Inleiding
Kalibratiecertificaten zijn al decennia lang het centrale communicatiemiddel tussen kalibratielaboratorium en gebruiker. Ze documenteren traceerbare meetresultaten, meetonzekerheden en relevante randvoorwaarden – in de praktijk echter bijna altijd als PDF en daarmee primair bedoeld voor menselijke interpretatie. Voor databases, LIMS-systemen of geautomatiseerde evaluaties kunnen deze gegevens alleen met aanzienlijke extra inspanning worden gebruikt.
Met het Digital Calibration Certificate (DCC) is sinds enkele jaren een gestandaardiseerd, XML-gebaseerd formaat beschikbaar dat kalibratie-informatie gestructureerd en machineleesbaar weergeeft. Inmiddels bestaan er zowel meetgrootte-overkoepelende conventies als vakspecifieke expertrapporten die een solide kader scheppen voor de praktische implementatie – ook in temperatuurkalibratie.
Veel laboratoria staan daarmee voor een zeer concrete vraag: Hoe kunnen gevestigde procedures en beproefde kalibratiecertificaten worden overgezet naar de DCC-wereld, zonder extra complexiteit in de dagelijkse laboratoriumpraktijk te brengen?
Dit artikel beschouwt deze overgang vanuit het perspectief van een temperatuurkalibratielaboratorium. De focus ligt op weerstandsthermometers volgens DKD-R 5-1 en de vraag hoe de inhoud van een klassiek kalibratiecertificaat consistent kan worden teruggevonden in een gestructureerd DCC – van de gebruikte temperatuurschaal en omgevingscondities tot zelfopwarming en hysterese.
Inhoud
Motivatie
Op het eerste gezicht functioneert de gevestigde wereld van PDF-kalibratiecertificaten betrouwbaar: de klant ontvangt een document, kan de tabel met meetwaarden en onzekerheden begrijpen en archiveert het bestand in het QM-systeem. Kritiek wordt het echter op het moment dat kalibratiegegevens verder verwerkt moeten worden – bijvoorbeeld voor automatische overname in een testmiddelenbeheersysteem, voor trendanalyses of voor het vergelijken van meerdere kalibraties over de tijd.
De oorzaak ligt in de aard van het formaat: een PDF bevat geen expliciete meetgrootheden, geen eenduidig interpreteerbare eenheden en geen gestructureerde metadata. De daarin opgenomen informatie is goed leesbaar voor mensen, maar voor machines slechts met aanzienlijke extra inspanning toegankelijk.
Precies hier komt het Digital Calibration Certificate (DCC) in beeld. Een DCC documenteert niet alleen in doorlopende tekst dat een Pt100 bij 100 °C gekalibreerd is, maar legt deze informatie vast in duidelijk gedefinieerde datastructuren – inclusief meetmiddel, gebruikte schaal, referentie, invloedsfactoren en onzekerheidsbijdragen. Hierdoor worden analyses mogelijk die vandaag de dag vaak nog handmatige overdrachten, kopiëren-en-plakken processen of OCR-gebaseerde workflows vereisen.
Juist in temperatuurkalibratie ligt de stap naar gestructureerde weergave voor de hand. Vakinhoudelijke details zoals temperatuurschalen, kalibratiemedia, zelfopwarming of hysterese moeten sowieso zorgvuldig worden vastgelegd. Als deze informatie machineleesbaar beschikbaar is, profiteren beide partijen: laboratoria kunnen gegevens consistent hergebruiken, en gebruikers krijgen een betrouwbare basis voor langetermijnanalyses.
De motivatie van dit artikel is daarom om de vaak abstract lijkende DCC-benadering te vertalen naar een concreet en alledaags kalibratieonderwerp. De overgang van het klassieke PDF-certificaat naar het DCC blijkt daarbij minder een technologische omwenteling te zijn, maar eerder een consequente structurering van wat in gekwalificeerde laboratoria vandaag de dag al wordt gemeten en gedocumenteerd.
Wat is het DCC?
Het Digital Calibration Certificate (DCC) is een gestandaardiseerd, XML-gebaseerd dataformaat voor de beschrijving van kalibraties. In tegenstelling tot de klassieke PDF staat hierbij niet de typografische weergave op de voorgrond, maar een duidelijk gedefinieerde datastructuur, waarin alle relevante informatie machineleesbaar wordt opgeslagen – van het serienummer van een sensor en de gebruikte temperatuurschaal tot individuele meetwaarden en hun onzekerheden.
Formeel is het DCC gebaseerd op een XML-schema dat wordt beheerd door de Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB). Dit schema definieert de beschikbare elementen, hun onderlinge relaties, evenals verplichte en optionele inhoud. Voorbeelden zijn dcc:administrativeData voor de administratieve kerngegevens of dcc:measurementResults voor de eigenlijke kalibratieresultaten. Aanvullend dient de DCC Wiki als gedetailleerde referentie voor structuur, semantiek en praktische implementatie.
Een essentieel constructieprincipe van het DCC is de meetgrootte-neutraliteit. Ongeacht of een kalibratie afkomstig is uit de gebieden massa, druk, elektrische grootheden of temperatuur, wordt hetzelfde structurele kader gebruikt. Pas door vakspecifieke conventies – bijvoorbeeld in de vorm van DKD-expertrapporten – ontstaan concrete aanbevelingen voor de betreffende meetgrootheid.
Voor temperatuurkalibratie betreffen deze specificaties met name de eenduidige vermelding van temperatuurschalen, de beschrijving van het kalibratiemedium en de gestructureerde registratie van typische invloedsfactoren. Op deze aspecten wordt in het verdere verloop specifiek ingegaan.
Focus van dit artikel
Het themagebied rondom het Digital Calibration Certificate is breed. Naast meetgrootte-overkoepelende conventies bestaan er verschillende schemaversies, uitgebreide Wiki-documentatie en vakspecifieke aanbevelingen voor diverse kalibratiegebieden. Voor de praktische laboratoriumwerkzaamheden is het echter noch noodzakelijk, noch zinvol om alle aspecten tegelijkertijd te beschouwen. Dit artikel legt daarom bewust een duidelijk afgebakende focus.
Centraal staat de temperatuurkalibratie met weerstandsthermometers volgens DKD-R 5-1. Deze richtlijn is in veel laboratoria gevestigd en vormt een stabiele basis voor de beschouwing van gestructureerde kalibratiegegevens. Het DKD-expertrapport DKD-E 5-3 concretiseert hierop voortbouwend hoe een vakinhoudelijk consistent DCC voor temperatuurmeetgrootheden kan worden vormgegeven.
In het verdere verloop worden met name de volgende vraagstukken behandeld:
- Hoe wordt een kalibratieobject – bestaande uit sensor, display of volledige meetketen – consistent gestructureerd in
dcc:items? - Hoe kunnen temperatuurschalen, bijvoorbeeld ITS-90 of thermodynamische temperatuur, eenduidig en langdurig interpreteerbaar worden vastgelegd?
- Op welke plaats worden invloedsfactoren zoals zelfopwarming, hysterese, meetstroom en omgevingscondities weergegeven?
- Hoe kan een typische resultaatentabel volgens DKD-R 5-1 (referentiewaarde, weergave, meetafwijking, onzekerheid) worden overgedragen naar
dcc:measurementResults?
Dit artikel is uitdrukkelijk niet bedoeld als een volledige introductie tot het DCC-schema. Het doel is veeleer een praktijkgerichte vertaling van de abstracte structuren van het DCC naar een begrijpelijk toepassingsscenario uit de dagelijkse temperatuurkalibratie. Daarmee richt het artikel zich met name op laboratoria die de instap in het DCC plannen of bestaande processen gestructureerd verder willen ontwikkelen.
Grondbeginselen: Opbouw van een DCC
Een Digital Calibration Certificate is geen vrij gestructureerd XML-document, maar volgt een duidelijk gedefinieerde, modulaire opbouw. De totale structuur kan worden onderverdeeld in logisch afgebakende gebieden – van onveranderlijke administratieve kerngegevens via de vakinhoudelijke meetresultaten tot optionele aanvullingen.
Deze systematiek komt in de kern ook overeen met de inhoudelijke ordening van een klassiek kalibratiecertificaat: eerst de formele gegevens, vervolgens de meetresultaten en ten slotte aanvullende informatie. Het DCC zet deze beproefde structuur om in een consistent machineleesbaar model.
De concrete XML-structuur is gedefinieerd in het officiële schema (momenteel versie 3.3.0) en in de begeleidende documentatie van de DCC-Wiki. Elk van deze gebieden wordt vertegenwoordigd door een overkoepelend element, waarvan de subelementen bepalen welke inhoud verplicht is en welke optioneel kan worden aangevuld.
De vier “ringen” van het DCC
Het rootelement dcc:digitalCalibrationCertificate is onderverdeeld in vier hoofdgebieden die zowel functioneel als logisch op elkaar voortbouwen. Deze structuur ondersteunt een consistente scheiding tussen administratieve informatie, vakinhoudelijke resultaten en aanvullende inhoud en draagt aanzienlijk bij aan de machine-interpreteerbaarheid van het document.
Ring 1: dcc:administrativeData – Administratieve basis van de kalibratie
Dit gebied omvat alle stabiele en onveranderlijke gegevens met betrekking tot de kalibratie. Hiertoe behoren onder andere het kalibratielaboratorium, de klant, verantwoordelijke personen, een eenduidige identificatie van het kalibratiecertificaat en het kalibratieobject zelf – inclusief fabrikantgegevens, serienummers en systeembeschrijving.
Voor temperatuurkalibraties is met name de gestructureerde beschrijving van het meetsysteem in dcc:items relevant. Hier kunnen ook complexe configuraties, bijvoorbeeld sensoren als dcc:subItems van een datalogger, eenduidig worden gemodelleerd. Aanvullend kunnen normatieve verwijzingen, bijvoorbeeld naar DKD-R 5-1, en accreditatiegegevens worden vastgelegd.
Aangezien deze informatie grotendeels onafhankelijk is van de meetgrootheid, toont deze ring bijzonder duidelijk het generieke karakter van het DCC.
Ring 2: dcc:measurementResults – Vakinhoudelijke kern van het certificaat
De eigenlijke kalibratieresultaten worden weergegeven in het gebied dcc:measurementResults. Elke dcc:measurementResult vormt daarbij een logisch samenhangend meetblok en koppelt resultaten aan methoden, meetmiddelen en invloedscondities.
Typische onderdelen zijn:
- gebruikte kalibratiemethoden (
dcc:usedMethods, bijv. DKD-R 5-1) - gebruikte meetmiddelen (
dcc:measuringEquipments, zoals thermostaten of referentiethermometers) - gedocumenteerde invloedscondities (
dcc:influenceConditions) - de meetresultaten zelf, weergegeven als
dcc:quantityof gestructureerdedcc:list
Voor weerstandsthermometers kan een klassieke resultaatentabel met referentietemperatuur, weergave, meetafwijking en uitgebreide onzekerheid direct worden omgezet in een dergelijke lijst. Semantische classificaties via refType, bijvoorbeeld basic_referenceValue of temperature_selfHeating, zorgen ervoor dat de betekenis van individuele waarden eenduidig interpreteerbaar blijft.
Deze ring vormt daarmee het metrologische zwaartepunt van het gehele DCC.
Ring 3: dcc:comment – Uitbreidingen en aanvullende informatie
Het gebied dcc:comment dient als een bewust flexibel gehouden container voor inhoud die niet noodzakelijkerwijs aan de administratieve gegevens of de meetresultaten hoeft te worden toegewezen. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld foto’s van de meetopstelling, grafische weergaven van karakteristieke curven of geëxporteerde ruwe gegevens behoren.
Ook gestructureerde gegevens kunnen hier worden geïntegreerd, bijvoorbeeld via aanvullende dcc:quantity-elementen of XML-blokken met eigen namespaces. Voor laboratoria opent dit de mogelijkheid om evaluatie-artefacten direct te koppelen aan de gerapporteerde resultaten en zo de traceerbaarheid verder te vergroten.
Ring 4: dcc:document – Mensleesbare weergave
Optioneel, maar in de praktijk aanbevolen, is de inbedding van een mensleesbare weergave van het kalibratiecertificaat. Vaak gebeurt dit als PDF/A, in de toekomst ook als HTML-gebaseerde variant.
Op deze manier blijft het DCC direct bruikbaar, zelfs als bij de ontvanger geen XML-verwerking is voorzien. De gestructureerde gegevensweergave en het vertrouwde document vullen elkaar zo aan, in plaats van met elkaar te concurreren.
Aanvullend kan het gehele certificaat met behulp van ds:Signature cryptografisch worden ondertekend. Elektronische zegels of gekwalificeerde tijdstempels maken daarbij een traceerbare beveiliging van integriteit en authenticiteit mogelijk.
Belangrijke basisconcepten
Het begrip van een Digital Calibration Certificate is gebaseerd op enkele, maar fundamentele structuurprincipes. Hiertoe behoren de formele XML-architectuur, de semantische koppeling via refType en het gebruik van Digital-SI voor de beschrijving van kwantitatieve waarden. Deze concepten gelden onafhankelijk van de meetgrootheid en vormen de technische basis voor een consistente en machine-interpreteerbare kalibratiedocumentatie. In temperatuurkalibratie worden ze verder geconcretiseerd door vakspecifieke conventies, onder andere uit DKD-E 5-3.
XML-structuur, namespaces en koppelingen
Een DCC is een XML-document dat wordt gevalideerd tegen een gedefinieerd XSD-schema. Deze validatie zorgt ervoor dat structuur en inhoud eenduidig interpreteerbaar blijven en voorkomt inconsistente datamodellen.
Centrale attributen binnen het schema zijn:
id(xs:ID) voor de eenduidige identificatie van een element, bijvoorbeeld een sensorrefId(xs:IDREFS) voor referentiële koppeling, bijvoorbeeld tussen meetwaarde en kalibratieobjectrefType(dcc:refTypesType) voor de semantische classificatie van een inhoud, bijvoorbeeldbasic_referenceValuevoor referentiewaarden oftemperature_ITS-90ter aanduiding van de gebruikte temperatuurschaal
Met name de refTypes zijn cruciaal voor de machine-interpreteerbaarheid van een DCC. Terwijl algemene classificaties in de “basic”-namespace zijn gedefinieerd, worden vakspecifieke uitbreidingen – bijvoorbeeld voor temperatuur of vochtigheid – beschreven in overeenkomstige expertadviezen en beheerd via gecontroleerde vocabulaires.
Voor temperatuurkalibraties worden bijvoorbeeld namespaces zoals temperature gebruikt, in de toekomst aangevuld met verdere differentiërende classificaties.
Digitaal SI (D-SI) voor waarden en onzekerheden
Alle kwantitatieve gegevens binnen een DCC worden beschreven via de Digital-SI-namespace (si:). Dit model maakt een gestructureerde weergave van numerieke waarden inclusief eenheid en meetonzekerheid mogelijk.
Typische kenmerken zijn:
- individuele waarden als
si:realmetsi:valueensi:unit - meetreeksen via
si:realListXMLList - parallelle eenheden, bijvoorbeeld Kelvin en graden Celsius, via
si:hybrid - onzekerheden als
si:expandedUncertaintyofsi:standardUncertainty
Zo kan bijvoorbeeld een referentietemperatuur zowel in graden Celsius als in Kelvin worden vastgelegd. Deze redundantievrije meervoudige weergave vergemakkelijkt latere numerieke verwerking, bijvoorbeeld bij de toepassing van evaluatievergelijkingen.
Rol van DCC-Wiki en DKD-expertrapporten
De schemastructuur zelf wordt uitgebreid gedocumenteerd door de DCC-Wiki en fungeert daarmee als technische referentie voor opbouw, elementen en validatieregels. Hierop voortbouwend formuleren DKD-expertrapporten concrete toepassingsaanbevelingen voor individuele meetgrootheden.
Bijzonder relevant zijn:
- DKD-E 0-3 als meetgrootte-overkoepelende Good-Practice-aanbeveling
- DKD-E 5-3 met specifieke richtlijnen voor temperatuur- en vochtigheidsmeetgrootheden, inclusief refTypes, schaalvermeldingen en typische invloedsfactoren zoals zelfopwarming of hysterese
Samenvattend kan het DCC worden opgevat als een gestructureerde bouwdoos. De generieke elementen bieden een stabiel fundament, terwijl vakspecifieke aanvullingen ervoor zorgen dat ook metrologische bijzonderheden nauwkeurig en eenduidig kunnen worden beschreven.
Specifieke eisen voor temperatuurkalibratie in het DCC
Temperatuurkalibratie stelt bijzondere eisen aan de gestructureerde beschrijving van kalibratiegegevens. De oorzaak hiervan zijn metrologische bijzonderheden zoals de eenduidige toewijzing aan temperatuurschalen, de keuze van geschikte kalibratiemedia en de rekening houdend met karakteristieke invloedsfactoren zoals zelfopwarming of hysterese. Deze aspecten hebben een directe invloed op meetresultaten en onzekerheidsbudgetten en vereisen daarom een precieze en eenduidig interpreteerbare documentatie.
Terwijl het DCC-schema bewust generiek is opgezet, worden dergelijke meetgrootte-specifieke eisen geconcretiseerd door vakinhoudelijke conventies. Voor temperatuur- en vochtigheidsmeetgrootheden vervult het DKD-expertrapport DKD-E 5-3 (“Handleiding voor het gebruik van het DCC-schema voor temperatuur- en vochtigheidsmeetgrootheden”) deze rol, dat beschrijft hoe typische metrologische feiten consistent kunnen worden omgezet in een machineleesbare structuur.
De volgende paragrafen behandelen deze aanbevelingen en tonen aan de hand van centrale elementen hoe de bijzonderheden van temperatuurkalibratie binnen het DCC vakkundig kunnen worden weergegeven.
Temperatuurschalen en hun betekenis
Temperatuur behoort tot de fysische grootheden waarvan de meetwaarde zonder verwijzing naar de onderliggende schaal niet volledig interpreteerbaar is. Naast de thermodynamische temperatuur $$T$$ – gedefinieerd via de Boltzmann-constante – bestaan er praktische temperatuurschalen zoals ITS-90, PLTS-2000 en de historische IPTS-68. Deze vertegenwoordigen zeer nauwkeurige realisaties, maar zijn niet identiek.
De vermelding van de eenheid Kelvin alleen is daarom niet voldoende. Een DCC moet eenduidig aangeven op welke temperatuurschaal een referentiewaarde betrekking heeft, zodat latere evaluaties, vergelijkingen of omrekeningen vakkundig correct kunnen plaatsvinden.
Weergave in het DCC volgens DKD-E 5-3
De gebruikte schaal wordt gecodeerd via vakspecifieke refTypes binnen de temperature-namespace, bijvoorbeeld:
temperature_temperatureThermodynamic– thermodynamische temperatuurtemperature_ITS-90– Internationale Temperatuurschaal van 1990temperature_PLTS-2000– Schaal voor lage temperaturentemperature_IPTS-68– historische temperatuurschaal
Voorbeeld van een referentietemperatuur binnen een dcc:quantity:
<dcc:quantity refType="basic_referenceValue temperature_ITS-90">
<si:hybrid>
<si:valueXMLList><si:real>373.15</si:real></si:valueXMLList>
<si:unitXMLList><si:unit>kelvin</si:unit></si:unitXMLList>
</si:hybrid>
</dcc:quantity>
Weergave van meetresultaten
Meetresultaten vormen de vakinhoudelijke kern van elk kalibratiecertificaat. In het DCC wordt dit gebied tegelijkertijd het element waarin de structurele meerwaarde van de digitale weergave bijzonder duidelijk wordt. Terwijl een PDF in wezen een visuele tabel biedt, beschrijft het DCC referentiewaarden, weergaven, meetafwijkingen en onzekerheden als semantisch geclassificeerde dataobjecten.
Centrale bouwstenen zijn daarbij dcc:quantity-elementen, die via de Digital-SI (D-SI) eenduidig worden gekoppeld aan numerieke waarden, eenheden en onzekerheden.
Basisopbouw van een meetresultaat
Kwantitatieve gegevens worden principieel binnen <dcc:quantity refType="…"> opgeslagen, waarbij de refType de vakinhoudelijke betekenis vastlegt. Typische classificaties zijn:
basic_referenceValue– referentietemperatuur, bijvoorbeeld van een thermostaatbasic_indicationValueofbasic_measuredValue– weergave resp. meetwaarde van het testobjectbasic_measurementError– meetafwijking als verschil tussen referentie en weergave
Deze semantische toewijzing zorgt ervoor dat de interpretatie van een waarde niet afhangt van de tabelcontext, maar direct uit de datastructuur voortvloeit.
Digitaal SI voor precieze kwantitatieve gegevens
De si-namespace maakt een consistente weergave van numerieke informatie mogelijk, ongeacht of het om individuele waarden of meetreeksen gaat. Typische kenmerken zijn:
- individuele waarden via
si:realmetsi:valueensi:unit - meetreeksen via
si:realListXMLList - parallelle eenheden, bijvoorbeeld Kelvin en graden Celsius, middels
si:hybrid - onzekerheden als
si:expandedUncertaintyofsi:standardUncertainty
Voorbeeld van een referentietemperatuur:
<dcc:quantity refType="basic_referenceValue temperature_ITS-90">
<si:hybrid>
<si:valueXMLList>
<si:real><si:value>373.15</si:value></si:real>
</si:valueXMLList>
<si:unitXMLList>
<si:unit>kelvin</si:unit>
<si:unit>degreecelsius</si:unit>
</si:unitXMLList>
</si:hybrid>
</dcc:quantity>
Omgevingscondities
Omgevingscondities behoren tot de essentiële invloedsfactoren in temperatuurkalibratie. Parameters zoals laboratoriumtemperatuur, relatieve vochtigheid of luchtdruk kunnen ofwel direct in het onzekerheidsbudget worden opgenomen, of moeten ter waarborging van de traceerbaarheid worden gedocumenteerd.
In het DCC worden deze gegevens gestructureerd weergegeven via <dcc:influenceCondition refType="basic_ambient">, waarbij elke invloedsfactor als een eigen <dcc:quantity> wordt beheerd. Hierdoor blijven omgevingsparameters eenduidig identificeerbaar en kunnen ze indien nodig worden opgenomen in verdere analyses.
Typische gegevens in het temperatuurbereik
- Omgevingstemperatuur (vaak in het bereik van 20 °C tot 25 °C)
- Relatieve vochtigheid (doorgaans ongeveer 40 % tot 60 % RV)
- Luchtdruk, indien metrologisch relevant, bijvoorbeeld bij cryogene toepassingen
Codering als interval
In klassieke kalibratiecertificaten wordt de omgevingstemperatuur vaak als interval opgegeven, bijvoorbeeld “(23 ± 1) °C”. In het DCC kan deze informatie worden gemodelleerd als een uniforme verdeling, waarbij de halve intervalbreedte wordt omgezet in een overeenkomstige standaardonzekerheid.
<dcc:influenceCondition refType="basic_ambient">
<dcc:quantity refType="temperature_ITS-90">
<si:real>
<si:value>296.15</si:value>
<si:unit>kelvin</si:unit>
<si:expandedUncertainty>
<si:value>0.577</si:value>
<si:coverageFactor>1.732</si:coverageFactor>
</si:expandedUncertainty>
</si:real>
</dcc:quantity>
</dcc:influenceCondition>
Specificatie van het kalibratiemedium
Het gebruikte kalibratiemedium behoort tot de belangrijkste invloedsfactoren in temperatuurkalibratie. Warmteoverdracht, stabiliteit en homogeniteit van het medium hebben een directe invloed op meetresultaten en onzekerheden. Een eenduidige documentatie is daarom een voorwaarde voor de vakkundige interpretatie van kalibratiegegevens.
Een weerstandsthermometer vertoont bijvoorbeeld ander gedrag in een geroerd oliebad dan in een droogblok of in lucht. Zonder de expliciete vermelding van het medium zijn noch betrouwbare conclusies over gebruiksomstandigheden, noch een consistente onzekerheidsbeoordeling mogelijk.
Weergave in het DCC volgens DKD-E 5-3
In het DCC vindt de beschrijving van het kalibratiemedium plaats binnen dcc:measuringEquipments met gebruik van de refType basic_calibrationMedium. Daarbij wordt het gebruik van gecontroleerde vocabulaires aanbevolen om een uniforme en machine-interpreteerbare classificatie te waarborgen.
| DCC-naam | Nederlands | Aggregatietoestand | Typische toepassing |
|---|---|---|---|
air | Lucht | gasvormig | Thermostaat, klimaatkast |
water | Water | vloeibaar | Vloeistofbad |
oil | Olie | vloeibaar | Geroerd oliebad |
nitrogen_gas | Stikstof (gasvormig) | gasvormig | Cryogene toepassingen |
liquid | Vloeistof (generiek) | vloeibaar | Niet nader gespecificeerd medium |
Voorbeeldcodering (oliebad)
<dcc:measuringEquipment refType="basic_calibrationMedium">
<dcc:equipmentClass refType="basic_equipmentClass">
<dcc:scheme>DKD-E-5-3 Medium List</dcc:scheme>
<dcc:classId>oil</dcc:classId>
</dcc:equipmentClass>
</dcc:measuringEquipment>
Het kalibratieobject in het DCC: weerstandsthermometer volgens DKD-R 5-1
Weerstandsthermometers – waaronder Pt100, Pt25.5 of standaard platina weerstandsthermometers (SPRT’s) – behoren tot de gevestigde referentie-instrumenten voor temperatuurkalibratie. Met DKD-R 5-1 bestaat hiervoor een breed toegepaste richtlijn die gedetailleerde eisen formuleert voor de beschrijving van sensor, display, meetketen en relevante kenmerken.
In het DCC wordt het kalibratieobject binnen dcc:administrativeData gemodelleerd via de structuur dcc:items. Deze structuur is bewust flexibel opgezet en maakt zowel de weergave van individuele sensoren als complexe meetsystemen met meerdere kanalen mogelijk.
Waarom gedetailleerde modellering noodzakelijk is
Een kalibratieobject is in de praktijk zelden een geïsoleerd onderdeel. Vaak is er sprake van een complete meetketen, bestaande uit sensor, aansluitkabel en display- of loggingeenheid. Voor de metrologische traceerbaarheid moeten deze componenten eenduidig identificeerbaar zijn, zodat meetresultaten later onbetwistbaar kunnen worden toegewezen – bijvoorbeeld aan een specifiek kanaal of sensor.
De gestructureerde beschrijving van het meetsysteem is daarmee niet slechts een formele eis, maar een voorwaarde voor consistente en langdurig interpreteerbare kalibratiegegevens.
Sleutelstructuur: dcc:items
Het datamodel onderscheidt daarbij meerdere niveaus:
dcc:itemsbeschrijft het totale systeem, inclusief overkoepelende gegevens zoals benaming, fabrikant of eigenaar.dcc:itemvertegenwoordigt individuele componenten, bijvoorbeeld sensoren of display-eenheden.dcc:subItemsmaken een hiërarchische modellering mogelijk, bijvoorbeeld wanneer meerdere sensoren aan een datalogger zijn toegewezen.
Elk dcc:item krijgt een unieke id, waarnaar meetresultaten via refId kunnen verwijzen. Op deze manier ontstaat een consistente verbinding tussen kalibratieobject en resultaatgegevens.
DKD-E 5-3 beveelt uitdrukkelijk aan om laboratoriuminterne hulpmiddelen zoals multimeters of adapters niet als onderdeel van het kalibratieobject te vermelden. In plaats daarvan worden ze gedocumenteerd in het gebied dcc:measuringEquipments, waardoor de duidelijke scheiding tussen testobject en gebruikte meettechniek behouden blijft.
De volgende subsecties tonen exemplarisch hoe een typisch Pt100-meetsysteem volgens DKD-R 5-1 binnen deze structuur kan worden weergegeven.
Kwantitatieve eigenschappen van de sensor
Naast fabrikantgegevens, modelaanduiding en serienummer vereist DKD-R 5-1 ook de documentatie van kwantitatieve kenmerken van de sensor. Het betreft hier onveranderlijke parameters uit het datablad, die zowel voor onzekerheidsbeschouwingen als voor de langetermijnreproduceerbaarheid van kalibraties relevant zijn.
In het DCC worden deze eigenschappen centraal binnen de betreffende sensor-dcc:item gemodelleerd via dcc:itemQuantities. De individuele gegevens worden beschreven als dcc:primitiveQuantity met Digital-SI-waarden en vakspecifieke refTypes en zijn daarmee eenduidig geclassificeerd.
Typische refTypes volgens DKD-E 5-3
| refType | Betekenis | Voorbeeldwaarde | Eenheid |
|---|---|---|---|
temperature_probeType | Sensortype (kwalitatief) | Pt100 | – |
temperature_probeDiameter | Diameter sensormantel | 2.3 | mm |
temperature_itemCableLength | Lengte aansluitkabel | 1.5 | m |
basic_nominalValue | Nominale weerstand bij 0 °C | 100 | Ω |
Voorbeeldcodering (Pt100 als subItem van een logger)
<dcc:item id="fuehler_pt100_01">
<dcc:name><dcc:content>Pt100 Fühler</dcc:content></dcc:name>
<dcc:description>
<dcc:content refType="temperature_probeType">Manteltyp, 4-Leiter</dcc:content>
</dcc:description>
<dcc:itemQuantities>
<dcc:itemQuantity refType="temperature_probeDiameter">
<si:real><si:value>2.3</si:value><si:unit>millimetre</si:unit></si:real>
</dcc:itemQuantity>
<dcc:itemQuantity refType="temperature_itemCableLength">
<si:real><si:value>1.5</si:value><si:unit>metre</si:unit></si:real>
</dcc:itemQuantity>
<dcc:itemQuantity refType="basic_nominalValue">
<si:real><si:value>100</si:value><si:unit>ohm</si:unit></si:real>
</dcc:itemQuantity>
</dcc:itemQuantities>
</dcc:item>
Administratieve gegevens voor kalibratie
De administratieve gegevens vormen het stabiele kader van een Digital Calibration Certificate. Ze bevatten die informatie die, onafhankelijk van de eigenlijke meetresultaten, de formele identiteit, traceerbaarheid en reproduceerbaarheid van een kalibratie waarborgen. Ook in temperatuurkalibratie zijn deze gegevens grotendeels gestandaardiseerd en georiënteerd op normatieve eisen, onder andere uit DKD-R 5-1 en ISO/IEC 17025.
Binnen het DCC is deze informatie te vinden in het Ring-1-gebied dcc:administrativeData.
Sleutelelementen in dcc:coreData
<dcc:coreData>
<dcc:countryCodeISO3166_1>DE</dcc:countryCodeISO3166_1>
<dcc:usedLangCodeISO639_1>de</dcc:usedLangCodeISO639_1>
<dcc:usedLangCodeISO639_1>en</dcc:usedLangCodeISO639_1>
<dcc:mandatoryLangISO639_1>de</dcc:mandatoryLangISO639_1>
<dcc:uniqueIdentifier>TK-2026-00123</dcc:uniqueIdentifier>
<dcc:receiptDate>2026-02-01</dcc:receiptDate>
<dcc:beginPerformanceDate>2026-02-15</dcc:beginPerformanceDate>
<dcc:endPerformanceDate>2026-02-15</dcc:endPerformanceDate>
<dcc:performanceLocation>laboratory</dcc:performanceLocation>
</dcc:coreData>
Deze kerndata waarborgen de eenduidige identificeerbaarheid van een kalibratiecertificaat en creëren de voorwaarde voor een revisiebestendige documentatie.
Laboratoriumgegevens en verantwoordelijke personen
Andere centrale elementen betreffen het uitvoerende laboratorium en de verantwoordelijke vakpersonen:
dcc:calibrationLaboratory– gegevens over het laboratorium, inclusief adres en accreditatiestatusdcc:respPersons– verantwoordelijke personen met rolbeschrijving, optionele handtekeningfunctie en toewijzing als hoofdondertekenaar (mainSigner="true")dcc:customer– volledige identificatie van de opdrachtgever
Deze informatie is niet alleen van formele aard, maar vormt de basis voor verantwoordelijkheid en juridische toewijsbaarheid.
Normatieve verklaringen in dcc:statements
Via dcc:statements kunnen certificaatgeldige verklaringen worden vastgelegd die voor het gehele certificaat gelden. Typische inhoud is:
- Verklaring van normconformiteit, bijvoorbeeld een kalibratie volgens DKD-R 5-1 in combinatie met ISO/IEC 17025
- Gegevens over de metrologische traceerbaarheid naar nationale standaarden en daarmee naar het Internationale Stelsel van Eenheden (SI)
- Accreditatieteksten, bijvoorbeeld in de context van multilaterale overeenkomsten zoals EA of ILAC
Voorbeeld van een accreditatieverklaring:
<dcc:statement refType="accreditation">
<dcc:norm>ISO/IEC 17025:2018</dcc:norm>
<dcc:declaration>
<dcc:content>Der Kalibrierschein dokumentiert die Rückführbarkeit auf nationale Normale...</dcc:content>
</dcc:declaration>
</dcc:statement>
Meetgrootte-specifieke aanvullingen
Reeds op administratief niveau kunnen de eerste meetgrootte-specifieke gegevens verschijnen, bijvoorbeeld verwijzingen naar DKD-R 5-1 of de gebruikte temperatuurschaal. De eenduidige identificatie (uniqueIdentifier) en datumgegevens gelden bovendien als normatieve minimumeisen volgens ISO/IEC 17025.
Betekenis voor de laboratoriumpraktijk
Een groot deel van deze informatie is in moderne laboratoria reeds gestructureerd beschikbaar, vaak binnen een LIMS of ordersysteem. Het DCC zet deze gegevens om in een consistent, machineleesbaar formaat en maakt daardoor geautomatiseerde toewijzingen mogelijk – bijvoorbeeld tussen kalibratiecertificaat en testobject.
Administratieve gegevens zijn daarmee veel meer dan formele begeleidende informatie: ze vormen de organisatorische basis van een technisch betrouwbare kalibratiedocumentatie.
Meetwaarden en kenmerken in het DCC weergeven
De meetresultaten vormen de vakinhoudelijke kern van elk kalibratiecertificaat. Dienovereenkomstig is hun gestructureerde weergave in het DCC van centraal belang. Anders dan bij klassieke certificaten, waarin resultaten vaak als statische tabellen of ingebedde documenten aanwezig zijn, worden ze in het DCC gemodelleerd als gestructureerde dcc:measurementResults en zijn daarmee direct beschikbaar voor machinale verdere verwerking.
Voor weerstandsthermometers volgens DKD-R 5-1 betekent dit concreet: een typische kalibratietabel met meerdere temperatuurpunten wordt weergegeven als dcc:list met parallelle dcc:quantity-kolommen. Aanvullend kunnen gegevens over toegepaste procedures, gebruikte meetmiddelen en relevante invloedsfactoren consistent worden geïntegreerd.
Het DKD-expertrapport DKD-E 5-3 beschrijft gedetailleerd hoe analoge resultaatweergaven kunnen worden omgezet in dergelijke machineleesbare structuren. Dit omvat naast de eigenlijke karakteristieke curve ook aanvullende kenmerken zoals ingangswaarde of zelfopwarming, die in klassieke kalibratiecertificaten vaak afzonderlijk of slechts tekstueel worden gedocumenteerd.
Daarmee transformeert het DCC meetresultaten van een primair visuele weergave naar eenduidig gestructureerde dataobjecten. Deze structuur vormt de basis voor geautomatiseerde evaluaties, langetermijnvergelijkbaarheid en een consistente integratie in digitale kwaliteitsborgingsprocessen.
Resultaatstructuur in dcc:measurementResults
Elke dcc:measurementResult vormt een logisch samenhangend resultaatblok, bijvoorbeeld een hoofdkarakteristiek of de bepaling van de zelfopwarming. Binnen deze container worden zowel de randvoorwaarden van de kalibratie als de eigenlijke meetgegevens gestructureerd samengebracht.
Kaderinformatie
Meerdere elementen definiëren de metrologische context van de volgende resultaten:
dcc:usedMethods– toegepaste richtlijnen, zoals DKD-R 5-1, en interne werkinstructiesdcc:measuringEquipments– gebruikte meettechniek zoals thermostaten, referentiethermometers of meetbruggendcc:influenceConditions– relevante invloedsfactoren, bijvoorbeeld onderdompeldiepte, meetstroom of kalibratiemediumdcc:measurementMetaData– globale metadata zoals traceerbaarheid of conformiteitsverklaringen
Deze gestructureerde contextbeschrijving zorgt ervoor dat meetresultaten niet geïsoleerd worden beschouwd, maar altijd interpreteerbaar blijven in samenhang met hun ontstaansvoorwaarden.
Resultaatweergave
De meetgegevens zelf kunnen in twee fundamentele vormen worden opgeslagen:
- Individuele waarden als
dcc:quantity, bijvoorbeeld voor ingangswaarden - Tabelstructuren als
dcc:listmet meerdere parallel beheerdedcc:quantity-kolommen
Voorbeeldstructuur van een karakteristieke tabel
<dcc:measurementResult>
<dcc:usedMethods>
<dcc:usedMethod refType="basic_calibrationMethod">DKD-R 5-1</dcc:usedMethod>
</dcc:usedMethods>
<dcc:list refId="fuehler_pt100_01">
<dcc:quantity refType="basic_referenceValue temperature_ITS-90">
<!-- Referenzwerte als si:realListXMLList -->
</dcc:quantity>
<dcc:quantity refType="basic_indicationValue">
<!-- Anzeigewerte -->
</dcc:quantity>
<dcc:quantity refType="basic_measurementError">
<!-- Messabweichungen einschließlich Unsicherheit -->
</dcc:quantity>
</dcc:list>
</dcc:measurementResult>
Typische resultaatentabel van een PRT
Een karakteristieke kalibratie volgens DKD-R 5-1 eindigt in de praktijk meestal in een tabel met referentietemperaturen (bijv. 0 °C, 100 °C, 200 °C), de bijbehorende weergavewaarden van de Pt100 (in Ω of °C), de afwijking en de uitgebreide onzekerheid U(k=2). In het DCC wordt deze tabel weergegeven als dcc:list. De kolommen worden beheerd als parallelle dcc:quantity-elementen, elk met een eigen refType. Daarmee is de betekenis van elke kolom eenduidig, zonder dat een mens de tabelkop hoeft te lezen.
Analoog vs. DCC – directe vergelijking:
| Referentie [°C] | Weergave [Ω] | Afwijking [mK] | U(k=2) [mK] |
|---|---|---|---|
| 0,000 | 100,012 | +12 | 8 |
| 100,000 | 138,522 | -5 | 12 |
| 200,000 | 175,834 | +18 | 15 |
DCC-weergave (verkort, 3 punten):
<dcc:list refId="fuehler_pt100_01">
<!-- Spalte 1: Referenz (ITS-90) -->
<dcc:quantity refType="basic_referenceValue temperature_ITS-90">
<si:realListXMLList>
<si:valueXMLList>
<si:real><si:value>273.15</si:value></si:real> <!-- 0°C -->
<si:real><si:value>373.15</si:value></si:real> <!-- 100°C -->
<si:real><si:value>473.15</si:value></si:real> <!-- 200°C -->
</si:valueXMLList>
<si:unitXMLList><si:unit>kelvin</si:unit></si:unitXMLList>
</si:realListXMLList>
</dcc:quantity>
<!-- Spalte 2: Anzeige (Widerstand) -->
<dcc:quantity refType="basic_indicationValue">
<si:realListXMLList>
<si:valueXMLList>
<si:real><si:value>100.012</si:value></si:real>
<si:real><si:value>138.522</si:value></si:real>
<si:real><si:value>175.834</si:value></si:real>
</si:valueXMLList>
<si:unitXMLList><si:unit>ohm</si:unit></si:unitXMLList>
</si:realListXMLList>
</dcc:quantity>
<!-- Spalte 3: Abweichung inklusive U(k=2) -->
<dcc:quantity refType="basic_measurementError">
<si:realListXMLList>
<si:valueXMLList>
<si:real><si:value>0.012</si:value></si:real> <!-- +12 mK -->
<si:real><si:value>-0.005</si:value></si:real> <!-- -5 mK -->
<si:real><si:value>0.018</si:value></si:real> <!-- +18 mK -->
</si:valueXMLList>
<si:unitXMLList><si:unit>millikelvin</si:unit></si:unitXMLList>
<si:expandedUncXMLList>
<si:realList><si:value>0.008</si:value></si:realList> <!-- U(k=2) -->
<si:coverageFactor>2</si:coverageFactor>
</si:expandedUncXMLList>
</si:realListXMLList>
</dcc:quantity>
</dcc:list>
Belangrijke details:
• Parallelle eenheden zijn mogelijk: Referentie aanvullend in °C via si:hybrid
• refId: Koppelt de resultaatentabel eenduidig aan de sensor-ID
• Onzekerheid: Direct toegewezen aan de afwijking en beheerd als temperatuurgrootheid (bijv. mK)
• Schaalvermelding: temperature_ITS-90 staat expliciet bij de referentiewaarde, niet alleen impliciet in de tekst
Laboratoriumpraktijk:
De structuur weerspiegelt in de kern exact wat vandaag de dag typisch in Excel wordt berekend en gedocumenteerd. Het verschil is dat de toewijzing niet meer hoeft te worden afgeleid uit de kolompositie, maar semantisch in de dataset zit. Een script kan de tabel direct uit de meetsoftware overnemen, en een evaluatie herkent onmiddellijk: kolom 1 is referentie, kolom 3 is afwijking.
Daarmee worden toepassingen mogelijk die met PDF-documenten moeilijk te realiseren zijn: trendanalyses over meerdere jaren, geautomatiseerde conformiteitscontroles of een snelle vergelijking van individuele temperatuurpunten, bijvoorbeeld wanneer de afwijking bij 200 °C systematisch verschuift.
Ingangswaarde en isolatieweerstand
Naast de karakteristieke curve vereist DKD-R 5-1 twee aanvullende tests: de ingangswaarde (weerstand bij 0 °C of bij het tripelpunt van water) en de isolatieweerstand. Beide zijn geen tabelwaarden, maar zelfstandige meetresultaten met eigen traceerbaarheid en vaak afzonderlijke onzekerheid. In het DCC worden ze daarom als dedicated dcc:quantity-elementen buiten de hoofdlijst beheerd.
Ingangswaarde (temperature_inputValue):
De weerstand van een Pt100 bij 0 °C (273,15 K) vormt het referentiepunt voor latere omrekeningen en karakteristieke evaluaties. DKD-R 5-1 vereist hiervoor een traceerbare herleidbaarheid en de vermelding van de
meetonzekerheid.
DCC-weergave:
<dcc:measurementResult>
<dcc:usedMethods>
<dcc:usedMethod>DKD-R 5-1, Abschnitt 5.1</dcc:usedMethod>
</dcc:usedMethods>
<dcc:quantity refType="temperature_inputValue">
<si:real>
<si:value>100.005</si:value> <!-- gemessener Wert -->
<si:unit>ohm</si:unit>
</si:real>
<si:expandedUncertainty>
<si:value>0.002</si:value> <!-- U(k=2) -->
<si:coverageFactor>2</si:coverageFactor>
</si:expandedUncertainty>
<dcc:measurementMetaData refType="basic_metrologicallyTraceableToSI">
<dcc:declaration>Rückführbar auf nationale Normale</dcc:declaration>
</dcc:measurementMetaData>
</dcc:quantity>
</dcc:measurementResult>
Isolatieweerstand:
Deze test dient om aan te tonen dat de elektrische isolatie voldoende is, bijvoorbeeld om kortsluiting of lekstromen te voorkomen.
Doorgaans wordt een minimumwaarde geëist, bijvoorbeeld >100 MΩ, getest bij de minimale en maximale kalibratietemperatuur.
Het DCC-schema kent geen directe operatoren zoals „>” of „≥”. DKD-E 5-3 beveelt daarom aan om gemeten minimumwaarden expliciet als numerieke waarden vast te leggen. De vakinhoudelijke interpretatie volgt vervolgens op basis van de
onderliggende specificatie.
DCC-weergave (vereenvoudigd):
<dcc:quantity refType="temperature_insulationResistance">
<si:realListXMLList>
<si:valueXMLList>
<si:real><si:value>150</si:value></si:real> <!-- Min-T: 150 MΩ -->
<si:real><si:value>120</si:value></si:real> <!-- Max-T: 120 MΩ -->
</si:valueXMLList>
<si:unitXMLList><si:unit>megaohm</si:unit></si:unitXMLList>
</si:realListXMLList>
</dcc:quantity>
Laboratoriumpraktijk:
In klassieke kalibratiecertificaten verschijnen deze gegevens vaak als kanttekening of voetnoot. In het DCC worden daarentegen ingangsgrootheid en isolatieweerstand als zelfstandige, herleidbare meetresultaten met
bijbehorende methode gedocumenteerd. Daardoor kunnen geautomatiseerde controles worden ondersteund, bijvoorbeeld de vraag of een ingangsgrootheid binnen gedefinieerde toleranties ligt of of aan minimale eisen voor de isolatie is voldaan.
De nauwkeurige referentiëring via usedMethods tot op sectieniveau verhoogt bovendien de traceerbaarheid en vergemakkelijkt latere beoordelingen.
Zelfverhitting en meetstroom
De zelfverhitting (zelfverhitting van de sensor door meetstroom) is een klassieke onzekerheidsbijdrage bij weerstandsthermometers. DKD-R 5-1 onderscheidt drie gevallen:
- Gemeten (aanbevolen),
- Geschat (bijv. uit literatuur),
- Forfaitaire bijdrage (30 mK als rechthoekverdeling → standaardonzekerheid 17 mK).
In het DCC wordt dit als afzonderlijke dcc:quantity refType="temperature_selfHeating" weergegeven — inclusief
metadata of het gemeten is en of het in het onzekerheidsbudget is opgenomen.
Meetstroom:
De ingestelde stroom (typisch 1 mA voor Pt100) wordt als dcc:influenceCondition refType="temperature_measuringCurrent" gedocumenteerd.
DCC-weergave (gemeten zelfverhitting):
<dcc:quantity refType="temperature_selfHeating">
<si:real>
<si:value>0.025</si:value> <!-- 25 mK gemessen -->
<si:unit>millikelvin</si:unit>
</si:real>
<si:standardUncertainty>
<si:value>0.014</si:value> <!-- Standardunsicherheit -->
</si:standardUncertainty>
<dcc:measurementMetaData>
<dcc:property refType="temperature_isMeasured">true</dcc:property>
<dcc:property refType="temperature_isInUncertainty">true</dcc:property>
</dcc:measurementMetaData>
</dcc:quantity>
<!-- Messstrom als Einflussbedingung -->
<dcc:influenceCondition refType="temperature_measuringCurrent">
<dcc:quantity>
<si:real><si:value>1.0</si:value><si:unit>milliampere</si:unit></si:real>
</dcc:quantity>
</dcc:influenceCondition>
Forfaitair geval (vaak):
Waarde = „NaN” (geen concrete meetwaarde), alleen onzekerheid (17 mK uit 30 mK rechthoek):
<si:value>NaN</si:value>
<si:standardUncertainty><si:value>0.017</si:value></si:standardUncertainty>
Laboratoriumpraktijk:
Vandaag vaak als tekstnotitie („Zelfverhitting 30 mK meegenomen”). In het DCC wordt de bijdrage expliciet gekwantificeerd en van metadata voorzien – essentieel voor traceerbare onzekerheidsbudgetten. De machine kan controleren: „Is zelfverhitting gemeten? Is deze in U opgenomen?” Dat bespaart bij audits of klantvragen tijd en minimaliseert
interpretatiefouten.
Hysterese en andere invloeden
De hysterese beschrijft het temperatuurverschil bij dezelfde referentietemperatuur, maar met omgekeerde richting (opwaarts/neerwaarts). DKD-R 5-1 vereist de bepaling en inachtneming ervan – analoog aan zelfverhitting. In het DCC krijgt deze een eigen dcc:quantity refType="temperature_hysteresis" met dezelfde logica:
waarde, onzekerheid en metadata.
DCC-structuur (analoog aan 5.4):
<dcc:quantity refType="temperature_hysteresis">
<si:real>
<si:value>0.008</si:value> <!-- 8 mK hysterese -->
<si:unit>millikelvin</si:unit>
</si:real>
<si:standardUncertainty>
<si:value>0.005</si:value>
</si:standardUncertainty>
<dcc:measurementMetaData>
<dcc:property refType="temperature_isMeasured">true</dcc:property>
<dcc:property refType="temperature_isInUncertainty">false</dcc:property> <!-- separat berichtet -->
</dcc:measurementMetaData>
</dcc:quantity>
Metadata-flags:“
temperature_isMeasured: Is hysterese actief bepaald?temperature_isInUncertainty: Is de bijdrage al opgenomen in de
gerapporteerde uitgebreide onzekerheid?
Niet gemeten? Waarde = „NaN”, alleen onzekerheid (bijv. forfaitair uit literatuur).
Andere typische invloeden (kort):“
- Tijdstempel: Per meetwaarde als
<dcc:dateTimeXMLList>(ISO 8601)
— documenteert volgorde en tijd (optioneel, maar nuttig bij drift). - Onderdompeldiepte: In
usedMethodQuantitiesalstemperature_immersionDepth(kritisch voor warmteafvoer). - Conformiteitsverklaringen: In
measurementMetaDatametconformity="pass"per punt of globaal.
Laboratoriumpraktijk:
Hysterese wordt vaak slechts grof geschat of weggelaten. In het DCC dwingt de structuur tot een duidelijke keuze — gemeten of forfaitair? En: afzonderlijk of in U? Dat verhoogt de transparantie en vergemakkelijkt latere analyses („Hysterese > 10 mK → vervanging overwegen”). Met refId sluit alles naadloos aan op sensor en hoofdkenlijn.
Van praktijk naar DCC: implementatie in het laboratorium
De voorgaande paragrafen hebben laten zien hoe een DCC voor temperatuurkalibraties is opgebouwd. De beslissende stap is echter de praktische uitvoering: hoe brengt een laboratorium zijn bestaande
Excel-tabellen, evaluatiesoftware en werkinstructies in een valide DCC? Deze paragraaf schetst de workflow van het analoge PDF-certificaat naar het machineleesbare DCC — met focus op realistische haalbaarheid.
Van analoog certificaat naar DCC
Uitgangssituatie in veel laboratoria:
De meetgegevens komen direct uit de kalibratiesoftware. In de spreadsheet worden vervolgens referentiewaarden, indicaties, afwijkingen en onzekerheden met formules geëvalueerd. Het eindrapport ontstaat in een tekstverwerker of LaTeX als PDF — met ingesloten tabellen en grafieken. Administratieve gegevens zoals klantinformatie, datum of serienummer komen uit het LIMS of worden handmatig ingevoerd.
Zo komt het in het DCC:
De structuur neemt u rechtstreeks over uit de sjablonen – admin-gegevens uit LIMS, tabellen uit Excel, bijzondere waarden afzonderlijk aanvullen, grafiek/PDF bijvoegen.
Sjablonen gebruiken:
DKD-E 5-3 bevat in bijlage A/B volledige XML-voorbeelden voor Pt100-kalibraties. Gebruik die als startpunt en overschrijf velden – in plaats van vanaf nul te beginnen.
Resultaat: Van 30 minuten PDF-opmaak wordt het 5-10 minuten DCC-generatie + validatie. Het DCC vervangt de PDF niet, maar vult deze aan met machineleesbaarheid.
Een conclusie over de stand van zaken
Het DCC is geen abstract XML-experiment, maar een hulpmiddel dat precies de informatiedichtheid van een analoog kalibratiecertificaat naar een machineleesbare vorm brengt – vooral bij temperatuurkalibraties
met hun schaal-, medium- en invloedsnuances. De belangrijkste punten:
- Gestructureerde weergave: Van de sensorbeschrijving
(dcc:items) via kenlijntabellen (dcc:list) tot
zelfverhitting en hysterese — alles met semantischerefTypes
en D-SI.” - Meerwaarde door precisie: Expliciete schalen
(temperature_ITS-90), metadata („in onzekerheid opgenomen?”) en
koppelingen (refId) maken DCC’s direct uit te waarderen.” - Haalbaar in het laboratorium: Met mapping vanuit Excel/LIMS en sjablonen uit
DKD-E 5-3 is de instap eenvoudig.
Het DCC markeert daarmee de volgende logische stap na PDF-certificaten: weg van statische documenten naar gestructureerde databronnen die trendanalyses, conformiteitscontroles en automatisering mogelijk maken.
Voor temperatuurlaboratoria is het moment gunstig – de inhoudelijke bouwstenen liggen klaar. Wie met een Pt100-voorbeeld begint, doet meestal snel praktische ervaring op.
Bronnen
[1] Digital Calibration Certificate DCC
Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB)
https://www.ptb.de/cms/metrologische-dienstleistungen/dkd/dkd-dcc.html[file:16]
[2] DCC Wiki (Stand: 08.01.2026)
https://dccwiki.ptb.de[file:17]
[3] DKD-E 5-3: Handleiding voor het gebruik van het DCC-schema voor het opstellen van een digitaal kalibratiecertificaat voor temperatuur- en vochtmeetgrootheden
https://www.ptb.de/cms/fileadmin/internet/dienstleistungen/dkd/archiv/Publikationen/Expertenberichte/DKD-E_5-3_DCC_Rev0_de.pdf[file:16]
[4] DKD-R 5-1: Kalibratie van weerstandsthermometers
(gerefereerd in DKD-E 5-3 en PTB-documentatie)[file:16]
Bron headerafbeelding: Screenshot uit het XML-voorbeeldbestand in DKD-E 5-3, bijlage A (PTB).


